Waarwoonik.jouwweb.nl

Titel artikel: WAAR WOON IK EIGENLIJK?

 

 

Door ROLAND DANCKAERT.

 

 

INTRO.

 

Op een regenachtige donderdagavond in mei (2013), tijdens een sabbatmomentje waarop ik al kijkende naar de schaduwfiguren op de door de spaarlamp beschenen muren op de bank lag te luieren en al mijn gedachten de vrije loop liet, vroeg ik me plotseling heel sterk af waar ik nou eigenlijk woon. Soms is het goed als er niets leuks op tv is, zodat je zelf gaat nadenken en mijmeren. Dan kom je nog eens op leuke ideeën! Of in dit geval: dan stel je jezelf nog eens interessante vragen… De vraag die me niet meer losliet, was: waar woon ik eigenlijk?

 

Natuurlijk ken ik mijn adres: Fazantstraat 22 te Herkenbosch, Midden-Limburg. Postcode: 6075 BM. Gemeente: Roerdalen.

 

Ik weet dat de huizen in mijn straat in 1972 zijn gebouwd. De buren ken ik van naam en van gezicht. Af en toe groeten we elkaar en spreken we elkaar kort.

 

De wijk waar ik woon, noemen ze de ‘vogelbuurt’. Je hebt bijvoorbeeld ook nog de Patrijs- en de Korhoenstraat.

 

Je zou dit buurtje ook wel ‘de achtertuin van de AKZO’ kunnen noemen, want de multinational AkzoNobel, die zich heeft gespecialiseerd in geneesmiddelen, coatings (verf en lak) en industriële chemische producten, domineert de omtrek.

 

Maar wat weet ik eigenlijk over de geschiedenis van het stuk grond waar ik al sinds 1995, met mijn vrouw Sandra, woon? Eigenlijk helemaal niets! Is het niet raar dat je helemaal niets weet over de achtergrond van het stuk grond waar je je leven slijt?

 

Weet u, in die zin, waar u woont? Heeft u enig idee wat zich allemaal onder uw voeten heeft afgespeeld voordat het huis er stond waar u nu resideert?

 

Op die letterlijk en figuurlijk bewuste herfstachtige meiavond besloot ik een kleine zoektocht te beginnen naar de verre geschiedenis van mijn huidige verblijfplaats. Wat is hier eigenlijk allemaal voorgevallen? Welke volkeren hebben op dit stukje van Moeder Aarde geleefd, gewerkt en gevreeën? Welke dieren hebben eventueel hier gegraasd? Was dit ooit een niemandsland?

 

Wat is er allemaal gebeurd op dit stukje aarde dat nu Fazantstraat 22 heet?

 

Is daar eigenlijk wel achter te komen?

 

Natuurlijk weet ik wel iets over de globale geschiedenis van het dorp waar ik woon. Via bijvoorbeeld Wikipedia is dat makkelijk te achterhalen, en dat heb ik een hele tijd geleden dan ook reeds gedaan, omdat ik toch wel nieuwsgierig was naar de 'historie-in-grote-lijnen' van mijn woonplaats.

 

In de Gemeentegids van 2010 staat te lezen dat de gemeente Roerdalen van oorsprong een gebied is van zandgronden, bossen, heidevelden en moerassen. Dat is aan onze zanderige onkruidtuin nog steeds te merken! Ik stel me zo voor, dat hier in vroegere tijden reuzenalken, kroeskoppelikanen, elanden, wolven en wisenten leefden, diersoorten die zijn uitgestorven of hier niet meer zijn te vinden.

 

Vanaf de twaalfde eeuw werd het gebied ontgonnen (hetgeen betekent: grond geschikt maken als bouw- en/of akkerland) en probeerden kleinschalige boeren hier een tevreden en arbeidzaam bestaan op te bouwen. De St. Sebastianuskerk werd een eeuw later gebouwd.

 

In achthonderd jaar tijd is er verdomd veel veranderd. Bijna niemand in deze nederzetting met thans bijna vijfduizend inwoners is nog boer. Vrijwel iedereen heeft ander soort werk. Modern werk. Maar daar is veel aan vooraf gegaan…

 

In het begin van de elfde eeuw werd er voor het eerst gesproken over Melika und Herckenbusch, de huidige kerkdorpen Melick en Herkenbosch, gelegen op drie kilometer afstand van elkaar. Melika und Herckenbusch (veel oude Herkenboschers spreken het nog steeds op de ouderwetse manier uit, dus met een u in plaats van met een o) waren met elkaar verbonden in één Schepenbank oftewel een lokale rechtbank die recht sprak over burgers en goederen, maar die zich ook met politieke beslissingen bezighield. Een Schepenbank had meer bevoegdheden dan het hedendaagse college van Burgemeester en Wethouders.

 

Tot 1494 behoorden beide genoemde dorpen tot het Hertogdom Brabant, een historisch gebied in de Nederlanden dat voornamelijk bestond uit de drie hedendaagse Belgische provincies Vlaams-Brabant, Waals-Brabant en Antwerpen, alsmede uit het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en het merendeel van de hedendaagse Nederlandse provincie Noord-Brabant.

 

Voorts hoorden de zogenaamde Landen van Overmaze (landen van Overmaas, gebieden aan de Maas) erbij, een gebied dat ongeveer overeenkomt met het zuiden van de Nederlandse provincie Limburg, alsmede het Duitse Herzogenrath.

 

De vlag van België is volgens de Wikipedia-pagina gebaseerd op de kleuren van het wapen van Brabant: zwart, geel en rood.

 

In de Romeinse tijd (grofweg: 50 v. Christus-400 na Christus) was het gebied gelegen in de Romeinse provincies Belgica en Germania Inferior. Het oord werd bewoond door de Belgae die zowel van Keltische als van Germaanse komaf waren. Aan het einde van de Romeinse periode werden ze veroverd door de Germaanse Franken. Er zijn hier tegenwoordig ook nog best veel mensen met een Duitse of Duits aandoende achternaam. De burgers zijn ook best wel gericht op Duitsland dat slechts op een steenworp afstand ligt. Er wordt veel Duitse (Schlager)muziek gedraaid, veel naar de Duitse televisie gekeken en vaak in Duitsland getankt en geshopt.

 

Naderhand verwierf de Hertog van Gulick het pandschap van Wassenberg, waartoe ook Melick en Herkenbosch behoorden. De Hertog wilde het gebied evenwel zelf inlijven en niet alleen ‘panden’. Hij kreeg zijn zin. In het Verdrag van Venlo uit 1543 werd het land van Wassenberg definitief overgedragen aan de gulzige Hertog van Gulik. Deze situatie bleef zo tot het binnenvallen van de Franse troepen in 1794.

 

Tijdens de Franse periode werd de gemeente ingelijfd bij het departement van de Roer. In deze periode werd de naam Melick en Herkenbosch veranderd in Mairie de Herkenbusch. Lang duurde dat evenwel niet, want nog geen vijftien jaar later werd dat weer teruggedraaid.

 

Melick en Herkenbosch kwamen in 1815 bij het koninkrijk Pruisen. Op 16 oktober 1816 gingen Melick en Herkenbosch over naar het Koninkrijk der Nederlanden, onder de naam ‘gemeente Melick en Herkenbosch’. Tijdens de revolutie in de Zuidelijke Nederlanden was de gemeente van 1832 tot 1839 onder heerschappij van de koning der Belgen, waarna ze terechtkwam bij het Hertogdom Limburg, als onderdeel van het koninkrijk Nederland.

Tot ongeveer 1960 was Herkenbosch een voornamelijk agrarisch gehucht met een agrarische dorpskern (uit niet veel meer bestaande dan een langgerekte straat), maar sindsdien is het meer en meer een forensendorp geworden met tal van woonwijken. Op de plek waar nu ons huis staat, fietste mijn schoonvader eind jaren zestig, begin jaren zeventig van de vorige eeuw, door en langs de korenvelden. Maar wat was er in de periode voor de korenvelden?

 

In dit gebied zijn ook sporen gevonden uit de bronstijd (ca. 3000 tot 800 voor Christus), oftewel het era dat volgde op het Neolithicum (waaronder de kopertijd). Brons verving gedurende de bronstijd geleidelijk vuursteen als belangrijkste materiaal voor gereedschap en wapens en werd ook gebruikt voor sieraden en enkele uitzonderlijke beelden. De oudste overgebleven voorwerpen van brons waren voornamelijk bijlen, en ook enkele dolken, hellebaarden en sieraden zoals armbanden. Brons werd langzaam algemener, en steeds meer soorten metalen voorwerpen kwamen in gebruik. De bronstijd wordt opgevolgd door de ijzertijd.

 

Allemaal interessante informatie. Maar geen gegevens die iets vertellen over wat zich vroeger specifiek op ‘mijn’ grondgebied heeft afgespeeld. Om die te achterhalen, zou ik moeten gaan shoppen, bijvoorbeeld bij het Kadaster waar je tegen betaling kopieën kan krijgen van onder andere kadastrale kaarten. Echter, ik wilde eigenlijk geen ene eurocent hieraan kwijt zijn, want we hebben het nou eenmaal helemaal niet breed. Dat was het me dan ook weer niet waard. En dus probeerde ik het op andere, gratis manieren…

 

Hebben onder mijn voeten boeren op het land gewerkt? Heeft onder onze woonkamer vee gegraasd? Hebben Franse militairen precies op deze plek in het gras gelegen? Heeft een man uit de Bronstijd hier een bijl gemaakt?

 

Allemaal vragen. Onbeantwoorde vragen…

 

 

HET ZOEKTOCHTJE

 

Op de website www.atlas.1868.nl vond ik een kaart van Melick en Herkenbosch, getekend door ene J. Kuiper. De gemeente telde toen slechts 1400 inwoners en was bijna3500 hectare groot. Een thans onvoorstelbaar gering aantal mensen. In die tijd waren er nog geen woonwijken, maar overheerste de natuur met haar vennetjes, graslanden, zandgrond en wat akkers (maar ook minder dan tegenwoordig). De ‘boerengrond’ was veel kleinschaliger. Destijds nog geen uitgestrekte aspergevelden. Op de tekening is duidelijk te zien dat het gebied waar ons huis nu staat inderdaad in een soort van niemandsland lag: grasland en zandgronden. Vlakbij een bescheiden boerenakker.

 

Nog verder terug in de tijd gaat de kaart die ik op internet vond via de website van de stamboomkaarten van www.ppsimons.nl. Op een kaart uit 1645 van de Hertogdommen Gulick en Bergh staat ook Herkenbosch vermeld. Melick vreemd genoeg niet, maar misschien was Herkenbosch voor de Hertog van groter belang vanwege de aanwezigheid van kasteel Daelenbroeck, een veertiende-eeuws kasteel (1311).

 

In het kort een beschrijving van de vroege historie van de burcht: Godfried van Heinsberg, de Gulikse leenheer van Wassenberg, kocht een aantal gronden van Jan van Asenray in Roermond (ik neem aan dat hij een grootgrondbezitter was) en besloot in dat jaar in het moerassig gebied ("broeck") van het Roerdal een woon- en jachtslot te bouwen. Vervolgens is dit slot in handen van verschillende edellieden geweest. In 1598, tijdens de tachtigjarige oorlog, ook wel de Nederlandse Opstand (tegen de Spanjaarden) genoemd, kwam de burcht onder vuur te liggen. Het zuiden van ons land bleef evenwel via een door de Spaanse koning aangewezen landvoogd onder Spaans bestuur vallen en het katholicisme was de enige toegestane godsdienst, terwijl boven de grote rivieren het protestantisme domineerde en de chauvinistische, Nederlandse gevoelens sterker waren. Tijdens de oorlog werd het kasteel in Herkenbosch belegerd en de hoofdburcht moest er toen grotendeels aan geloven.

 

Na de dood van de toenmalige kasteelheer, baron Hattard van Pallandt, ontstond er een hevige strijd tussen zijn schoonzonen die het kasteel allemaal wilden opeisen. In het jaar 1707 werd het kasteel uiteindelijk toegewezen aan Jan Ernest van Rollingen, maar deze was door de kosten van de procesvoering bijkans platzak, zodat er geen geld was om het kasteel volledig te restaureren. De nieuwe kasteelbaas besloot in de voorburcht te gaan wonen en restaureerde deze met bouwmaterialen van de hoofdburcht die hij sloopte. De kelders gebruikte hij als voorraadschuur.

 

Allemaal leuk en aardig, al die historische weetjes over mijn woonplaats, maar ik moet vaststellen dat zich op de grond waar ik nu woon blijkbaar weinig heeft afgespeeld dat de geschiedenisboeken heeft gehaald. Dat wat noemenswaardig genoeg werd bevonden om vast te leggen in geschiedkundige geschriften, aktes en kaarten, speelde zich duidelijk allemaal af rondom het kasteel en de kerk en later, in de twintigste eeuw (tijdens de Tweede Wereldoorlog), in de oude dorpskern en bij het oude treinstation.

 

Eerlijk gezegd ben ik ook niet zo’n ‘feitenneuker’. Al die jaartallen en namen van Hertogen, landvoogden, koningen en verdragen kunnen me gestolen worden. Die vind ik veel te vermoeiend. Dat neem ik toch allemaal niet in mij op. Wie onthoudt zoiets? Vroeger, op de MAVO en HAVO, was ik als scholier verplicht om alle droge informatie uit mijn hoofd te stampen teneinde een goed proefwerkcijfer te halen en dat felbegeerde diploma te kunnen halen, zodat ik een vervolgopleiding kon gaan doen die mij uit de fabriek zou kunnen houden (er is niets mis met fabriekswerk en met fabrieksarbeiders, maar bij mij past het werken in een fabriek nou eenmaal niet). Vrijwel alles wat ik destijds heb moeten leren, ben ik vergeten. Meer dan 95 procent van wat ik ooit op school heb geleerd, is me totaal ontschoten, meestal al vlak na het proefwerk. De enige vakken waar ik iets noemenswaardigs en nuttigs van heb onthouden, zijn de taalvakken, en misschien een heel klein beetje rekenen (maar ik ben deels rekenblind), alsmede een heel klein beetje handelskennis (zoals economie toen nog heette) en aardrijkskunde.

Het heeft dus helemaal geen zin om dingen uit je hoofd te leren die je geen bal interesseren en waar je totaal geen aanleg voor hebt.

 

Waarom zou ik dan nu, in dit artikel, allerlei historische informatie over Herkenbosch gaan opzoeken en gaan overschrijven? Het is allemaal reeds vastgelegd en wie het interesseert, kan via internet of via de bibliotheek op zoek gaan naar historische weetjes. Ik ben veel meer geïnteresseerd in persoonlijke, menselijke verhalen en in 'de grote lijnen'. Een detailfetisjist ben ik allesbehalve. In feitjes zitten bovendien geen emoties. Ik ben een uitgesproken gevoelsmens, ik wil geraakt worden, ontroerd raken. Anders was ik wel boekhouder geworden of zo. Ik ben iemand die geraakt wordt door schoonheid, creativiteit en kunst in de breedste vorm van het woord. En wat al die notabelen ooit hebben uitgespookt, laat me vrij koud. Ik wil weten hoe de gewone man en vrouw vroeger leefden, wat hen bezighield.

 

Wat ik wil weten, is wat zich in grote lijnen heeft afgespeeld op de grond waar ik leef, waar ik als freelancer en als huisman bijna altijd ben. Ik zou willen weten of er Romeinen of Romeinse resten onder de grond begraven liggen. Ik zou willen weten of hier oerdieren hebben rondgelopen, of mensen uit de Bronstijd of Vroege Prehistorie hier hebben rond gewaggeld, of hier Pruisen, Franken, Fransen en Spanjaarden hebben gelopen.

 

Waar ben ik in hemelsnaam aan begonnen? Aan een misson impossible! Wie moet en kan mij vertellen wat zich precies op de plek waar ik dit stuk nu tik door al die eeuwen heen heeft afgespeeld? Misschien wel heel erg weinig! Misschien wel helemaal niets bijzonders! Misschien was dit stukje grond ooit wel hele bijzondere natuur, maar zijn hier geen mensen geboren, gesneuveld, getrouwd, verwekt, vermoord en verkracht.

 

Waar en wat en wie moet je zoeken als je niet in een eeuwenoud herenhuis woont, maar in een leuk en fijn maar historisch onbeduidend huisje, niet gelegen bij een oude kerk, een oud klooster, een slagveld uit de Tweede Wereldoorlog, een grafveld of een (al dan niet afgebroken) kasteel? Wat kun je dan te weten komen over de identiteit van het gebied dat via de bank van jou is of als het goed is ooit echt van jou zal worden?

 

Misschien kan alleen Moeder Aarde mij vertellen wat zich hier allemaal heeft voorgedaan. Maar ik beheers de taal van Moeder Aarde niet. Ik kan niet met haar communiceren. Zij draagt en tilt ons zwijgzaam en zij draagt alle geheimen met zich mee. Zij is zo discreet als een wezen dat weet maar zijn kan. Alle informatie houdt ze verborgen in haar lichaam. Nooit zal er iets over haar lippen rollen. Nooit zal ze iets prijs geven. Net als de bomen is Moeder Aarde een stille getuige van de ontwikkelingen, toen en nu.

 

Daarom zullen mensen, nu en in de toekomst, onderling moeten communiceren. Openhartig en eerlijk, op gelijkwaardig niveau. Mensen zullen elkaar moeten vertellen en laten weten hoe iets was, hoe iets is, wie ze zijn. Mensen zullen vragen moeten stellen aan elkaar. Alleen mensen zijn geïnteresseerd in mensen. De andere dieren die van onze zorgzaamheid afhankelijk zijn en die hun magen vullen dankzij onze dierenliefde of dankzij onze vee-industrie zijn ook niet geïnteresseerd in ons, in wat wij vinden, voelen en denken. Dus eigenlijk hebben wij mensen alleen elkaar. Wij zullen goed voor elkaar moeten zorgen. En we zullen naar elkaar moeten luisteren. Om te begrijpen, om te leren, om te troosten, om te lachen, om ontroerd te worden, om elkaar tegen te spreken als het moet, om elkaar te helpen en om uit te leggen wat we bedoelen.

 

Ik ben dus nog helemaal niets opgeschoten met mijn minizoektochtje en het zal - zie ik in - ook niet lukken, dat voel ik op mijn klompen aan. Wat zich op dit kleine stukje aarde allemaal precies heeft ontwikkeld, blijft een mysterie.

 

Ogen en oren zal ik openhouden, maar ik vrees dat ik het zal moeten hebben van mijn fantasie, want deze wijk waar ik woon, is voor historici nooit van enige importantie geweest en deze omgeving heeft weinig aan wetenswaardigheden achtergelaten.

 

Gelukkig heb ik een grote verbeeldingskracht. Als ik terugdenk aan vroeger, dan stel ik mij voor dat een Franse soldaat in de kortstondige Franse periode misschien wel over de grond waar ik woon heeft gelopen of over dit gebiedje heeft uitgekeken. Misschien heeft hij genoten van het landschap, terwijl hij dacht aan zijn vrouw en kinderen thuis, bijvoorbeeld in Reims.

 

Misschien hebben de edelmannen van het kasteel in de omtrek hier gejaagd op konijnen, hazen, reeën, hamsters of andere dieren. Wie zal het zeggen? Wellicht hebben paardenhoeven door mijn woonkamer getrippeld. Het is niet onwaarschijnlijk dat boerenkarren sporen hebben getrokken door mijn voortuin.

 

Ondenkbaar is het niet dat diep onder de aarde de resten verborgen liggen of lagen van een Romeinse soldaat of burger of van een slachtoffer van de Romeinse heerschappij. Misschien slapen mijn vrouw en ik op een Romeins graf. Alles is mogelijk.

 

Het is ook mogelijk dat er voorwerpen onder onze keukenvloer liggen uit het neolithicum oftewel uit de nieuwe steentijd (11.000 jaar voor Christus), een prehistorische periode waarin mensen door technische ontwikkelingen niet meer een zwervend en rondtrekkend bestaan leidden, maar zich vestigden op één plek om veeteelt en akkerbouw op poten te zetten. Als we heel diep en breed zouden graven, dan vonden we onder onze woning misschien wel koper, een wiel, gebakken potten, geschriften of werktuigen van gepolijste steen!

 

Maar laten we wel wezen… dat is eigenlijk nog maar heel kort terug in de tijd. Er is veel veranderd, in die zin dat het landschap is gewijzigd en dat er nu hele andere mensen met andere gezichten, andere namen en andere beroepen zijn dan toen, maar veel is toch hetzelfde gebleven. In wezen is er aan het leven en de manier van leven niet zoveel veranderd: nog steeds leven we in een bepaalde hiërarchie, moeten we werken voor de kost, is bijna niets gratis (je krijgt nog steeds niets cadeau), verwekken we kinderen, worden we ziek, worden we beter en gaan we uiteindelijk dood.

 

Hoe zag het hier uit, twee miljoen jaar terug? Beseffen we eigenlijk wel dat we op een oeroude planeet wonen en dat de hooguit 100 jaar dat we hier zijn daarmee vergeleken helemaal niets of in elk geval heel weinig voorstellen? Er zijn ijstijden en warme tijden overheen gegaan, letterlijk en figuurlijk.

 

Twee miljoen jaar geleden. Op basis van wat ik zoal lees over Limburg in de tijd van het zogeheten Vroeg-Pleistoceen, was dit oord een gebied van bossen, meren, zandgronden en moerassen, een gebied waar ongetwijfeld dinosaurussen aan bladeren hebben lopen knabbelen, evenals wolachtige hoefdieren. Dertig kilometer verderop, in Tegelen, werkten mensen decennia lang in de kleigroeven. Loodzwaar werk.

 

Soorten, diersoorten, plantensoorten, boomsoorten zijn gekomen en zijn weer gegaan. De mens is pas heel laat op het wereldtoneel verschenen en zal vermoedelijk ook ooit uitsterven of moeten wegtrekken (als het hier onleefbaar is geworden of als er moet worden gevlucht – en als de tijd ons is gegeven, dan zijn we mogelijk in staat om naar de ruimte te vluchten).

 

 

SLOT

 

Mijn zoektochtje is een heel klein minizoektochtje van één dag geworden, omdat ik de onmogelijkheid van deze missie in heb gezien. Nogmaals: oren en ogen hou ik open en als ik op interessante informatie stuit over wat zich onder mijn voeten door de eeuwen heen heeft voltrokken, bijvoorbeeld op kadasterkaarten of in Heemkundeboeken, dan zal ik daar op deze plek uitvoerig verslag van doen.

 

Mislukt wil ik mijn zoektochtje niet noemen, integendeel. Wellicht dat anderen vinden dat ik me er gemakkelijk vanaf heb gemaakt, maar ik heb me in de korte tijd dat ik me heb verdiept in de geschiedenis van dit oord toch een beeld kunnen vormen van hoe het hier geweest zou hebben kunnen zijn. Ik kan mij een voorstelling maken van hoe het er hier heeft uitgezien, door de eeuwen heen.

 

Ik heb ook een aantal spoedconclusies getrokken en spoedinzichten gekregen. Als wij mensen iets van geschiedenis willen weten, dan gaan we meestal op zoek naar en zijn we vaak vooral geïnteresseerd in de mensen van vroeger, maar we moeten beseffen dat wij slechts een ‘tussenpaus’ zijn in dit universum. Er is veel meer geschied dan alleen jagen, handelen, bouwen, werken en onze economie ontwikkelen. Er is zoveel gebeurd waar de mens part noch deel aan had, niet bij was. En er zal ook veel gaan gebeuren in de toekomst waar de mens geen deel (meer) van zal uitmaken.

 

Maar ook ben ik nog meer gaan inzien dat we alleen elkaar hebben. Dat alleen mensen geïnteresseerd zijn in mensen en dat eerlijke, openhartige maar ook respectvolle communicatie en uitwisseling voor ons van levensbelang zijn. Het is belangrijk dat wij verhalen vertellen en onze gevoelens, emoties, verlangens, wensen en lusten uitspreken, zodat de generaties na ons – als wij er niet meer zijn – weten hoe het was en niet hoeven te gissen…

 

Nog meer dan voorheen ben ik mij ervan bewust wat een enorme scheppende en afbrekende kracht de mens heeft, en is. De mens is een van de grootste natuurkrachten. Als je je realiseert dat zich pas in de twaalfde eeuw mensen permanent vestigden in mijn woondistrict en als je ziet wat mensen in 700 jaar tijd - tijdens negen achtereenvolgende mensenlevens slechts - ook hier allemaal hebben gebouwd, maar tevens hebben verjaagd en hebben afgebroken, dan is dat bewonderenswaardig en beangstigend tegelijk. 

 

De mens heeft het hele gebied in relatief korte tijd totaal veranderd. Wanneer je beseft dat klimaatveranderingen en klimaatverschuivingen er meestal duizenden jaren over doen om tot stand te komen en de omgeving ingrijpend te veranderen, dan weet je toch niet meer waar je het zoeken moet als je vervolgens moet concluderen dat de mens (collectief) in een paar honderd jaar tijd de omgeving drastisch heeft veranderd, en lang niet altijd in het voordeel van Moeder Natuur en dus ook niet voor onze benefiet (want wij zijn zelf ook natuur en wij maken deel uit van het grote geheel dat de natuur is, omvat). Als wij zo doorgaan... Steeds meer mensen met een steeds grotere ecologische voetafdruk... Op den duur richten we onszelf te gronde!

 

Het is niet verwonderlijk dat de mens in zeer korte tijd verantwoordelijk is geworden voor de opwarming van de aarde. Als je nagaat dat de mens in 700 jaar tijd van een onbewoond natuurgebied als dat waar ik nu woon een hectisch leefgebied - eerst agrarisch en vervolgens economisch en industrieel - heeft gemaakt met heel veel woningen en heel veel inwoners die nagenoeg allemaal autorijden en op vakantie gaan en met op korte afstand vele fabrieken, winkels en bedrijven, dan sta je er toch even bij stil wat een enorme scheppende EN afbrekende kracht er in de mens schuil gaat.

 

Met dezelfde kracht waarmee dinosaurussen zijn uitgeroeid (waarschijnlijk door de inslag van een reusachtige 'ruimtesteen' en met als gevolg daarvan zuurstofgebrek door de enorme stoflaag waar het zonlicht niet doorheen kon dringen) roeit de mens hele oerbossen uit, maar ook diersoorten, en elkaar.

 

Ja, de mens (als collectief) is een natuurkracht op zichzelf... Van tijdelijke aard weliswaar, want laten we niet vergeten dat de dinosaurussen ook dominant waren en de omgeving kaal vraten en opvraten.

 

Deze conclusies en inzichten zijn mijns inziens belangrijker dan het opdissen van de historische feiten.

 

Dit artikel was er nooit gekomen als ik niet eens even had liggen niksen. Uit het niets worden dikwijls de mooiste ideeën geboren en uit het niets komen vaak de beste inzichten bovendrijven. Ik raad iedereen aan om regelmatig eens eventjes te niksen. Dat is niet niks! Het doet ook je geestelijke gezondheid goed, want je komt dan eindelijk weer eens tot en bij jezelf... Rust is heilzaam. Maar tegelijkertijd ontsnap je dan juist ook weer aan je dagelijkse egodingetjes en aan je dagelijkse bezigheden en zorgen.

 

Pas op de plaats maken, is zo nu en dan heel erg nodig om vooruit te komen en het overzicht over je leven te bewaren of terug te krijgen.

 

Tijdens het schrijven van dit stuk heb ik veel plezier gehad. En hoewel ik niet weet wat zich precies op Fazantstraat nummer 22 heeft afgespeeld toen ons huis er nog niet stond, weet ik toch weer veel meer dan voordat ik aan deze minispeurtocht begon.

 

We hoeven niet altijd alles en niet alle details te weten. Als we al een beetje meer te weten komen, dan is het ook al goed. Dat is evenzeer vooruitgang. Bovendien moeten we soms accepteren dat niet alles tot in de puntjes te achterhalen is. Een i zonder puntje is nog altijd beter dan een i zonder verticaal streepje en met alleen een puntje...

 

Het ga u goed.

 

Met vriendelijke groet,

 

Roland Danckaert,

 

 

www.rolanddanckaert.nl

 

P.S.: Als ik een geduldige romanschrijver was in plaats van een wispelturige, impulsieve en enorm ongeduldige journalist, dan zou ik op basis van deze informatie en langs de wanden van mijn fantasie een prachtige historische roman kunnen schrijven.